In de NEN1010 zijn voor spanningen en functies van installatiebedrading (geleiders) specifieke aderkleuren voorgeschreven. De aanduiding van geleiders dienen te voldoen aan de norm NEN-EN-IEC 60446. In het kader van “hoe zit dat ook weer…” zijn hieronder enkele bepalingen uit NEN-EN-IEC 60446 overgenomen.

Indien identificatie van kleur wordt gebruikt, dienen blanke geleiders die als nulleiding worden gebruikt als volgt blauw zijn gemarkeerd:
a) over de gehele lengte of
b) met een 15 mm tot 100 mm brede streep
1) in elk compartiment,
2) in elke eenheid en
3) op elke toegankelijke plaats.

Blanke geleiders die worden gebruikt als beschermingsleiding, moeten groen-geel zijn gemarkeerd:
a) over de gehele lengte of
b) indien niet over de gehele lengte dan wel
1) in elk compartiment,
2) in elke eenheid en
3) op elke toegankelijke plaats.

Indien krimpkous of kleefband wordt gebruikt voor kleuridentificatie van beschermingsleidingen, dient tweekleurige krimpkous of band worden toegepast. Het gebruik van krimpkous heeft de voorkeur omdat deze niet na verloop van tijd los kan laten.

Nul- of middenleiding
Nul- of middenleidingen moeten over de gehele lengte worden aangeduid met de kleur blauw.
Bij hulpstroomleidingen zonder een blauwe ader mag een van de aders als nulleiding zijn gebruikt.

Beschermingsleiding
Beschermingsleidingen moeten worden aangeduid met de kleurencombinatie groen-geel en deze kleurencombinatie mag voor geen enkel ander doeleinde worden toegepast.

PEN-leiding
PEN-leidingen dienen, wanneer deze geïsoleerd zijn, over de gehele lengte worden aangeduid met de kleurencombinatie groen-geel en, aanvullend, met blauwe markeringen aan de uiteinden.

Voor grondkabel waarin geen groen-gele ader aanwezig is, is het toegelaten de blauwe ader over het deel dat uit de kabel steekt tot circa 5 cm voor het aderuiteinde te voorzien van groen-gele krimpkous. De laatste 5 cm van de ader voor het aderuiteinde behoudt dus de oorspronkelijke aderkleur blauw.

Aanduiding van aders in meeraderige kabels en snoeren
De aanduiding van aders in kabels en snoeren met twee tot en met vijf aders moet voldoen aan bijlage 51C. De faseaders moeten, over de gehele lengte, worden aangeduid met de kleur bruin of zwart of grijs, de nulleiding met de kleur blauw en de beschermingsleiding
met de kleurencombinatie groen-geel.

Voor kabels en snoeren met meer dan vijf aders moet elke geleider worden aangeduid met kleuren of cijfers volgens NEN-EN-IEC 60446. Geleiders, aangeduid met nummers, die worden toegepast als beschermings- of nulleiding moeten aan elk uiteinde zijn gekenmerkt met respectievelijk groen-geel of blauw.

Aanduiding van eenaderige kabels en installatiedraden
Faseleidingen moeten worden aangeduid met de kleur bruin of zwart of grijs. Het gebruik van een van deze kleuren voor alle faseleidingen in een stroomketen is toegelaten. Eenaderige kabels met een mantel en installatiedraden die in overeenstemming zijn met de desbetreffende norm en die niet verkrijgbaar zijn met groen-gele of blauwe isolatie, bijvoorbeeld in het geval van geleiderdoorsneden groter dan 16 mm2, mogen worden toegepast als:
a) beschermingsleiding, indien aan elk uiteinde een groen-gele markering is aangebracht;
b) PEN-leiding, indien aan elk uiteinde een groen-gele markering aangevuld met een blauwe markering is aangebracht;
c) nulleiding, indien aan elk uiteinde een blauwe markering is aangebracht.

a) schakeldraden zwart of grijs;
b) schakeladers zwart, bruin of grijs;
c) aders van hulpstroomleidingen zwart met doorlopende nummering;
d) aders van hulpstroomleidingen één enkele kleur, mits niet geel of groen.
Schakeldraden en -aders mogen zijn gekenmerkt met bijvoorbeeld cijfers of stippen.

Bestaande installaties
In installaties van vóór 1970 mogen de kleuren van installatiedraden en aders als volgt zijn:
a) beschermingsleidingen (PE, PU, PEN) groen-geel, grijs of wit;
b) nul rood;
c) fasedraden zwart of anders, maar niet grijs, wit of rood;
d) faseaders zwart of anders, maar niet grijs, wit of rood;
e) schakeldraden zwart of anders, maar niet grijs, wit of rood;
f) schakeladers zwart of anders, maar niet grijs, wit of rood;
g) aders van hulpstroomleidingen zwart of anders, maar niet grijs, wit of rood;

In installaties van vóór 1970 mag de kleur groen-geel voor de beschermingsleiding zijn toegepast, mits de tot hetzelfde leidingsysteem behorende installatiedraden of aders niet grijs of wit dan wel twee- of meerkleurig zijn. In installaties van vóór 1970 is de kleur groen vaak toegepast voor fasedraden of -aders. De kleur zwart werd vaak toegepast voor schakeldraden of -aders. Indien in een deel van de installatie grijs is gebruikt voor de aanduiding van de beschermingsleiding, mag in het andere deel van de installatie grijs niet worden gebruikt voor de aanduiding van een fase.

Aan bovenstaande informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De normen en bijlagen waarnaar wordt verwezen zijn beschikbaar voor medewerkers van Gouweloos Techniek.

Bron: NEN / Hager / Draka

Aderkleuren. Hoe zit dat ook weer?

juli 08, 2016

In de NEN1010 zijn voor spanningen en functies van installatiebedrading (geleiders) specifieke aderkleuren voorgeschreven. De aanduiding van geleiders dienen te voldoen aan de norm NEN-EN-IEC 60446. In het kader van “hoe zit dat ook weer…” zijn hieronder enkele bepalingen uit NEN-EN-IEC 60446 overgenomen.

Indien identificatie van kleur wordt gebruikt, dienen blanke geleiders die als nulleiding worden gebruikt als volgt blauw zijn gemarkeerd:
a) over de gehele lengte of
b) met een 15 mm tot 100 mm brede streep
1) in elk compartiment,
2) in elke eenheid en
3) op elke toegankelijke plaats.

Cijfers en trends

juni 29, 2016

Diverse financiële instellingen publiceren sectorinformatie. Deze informatie helpt bij het vergroten van het inzicht in de markt en de ontwikkelingen. Onlangs publiceerde de Rabobank de visie op de installatiemarkt.

Gouweloos 95 jaar, tijd voor een nieuwerwetse uitstraling

juni 27, 2016

Het Rotterdamse Gouweloos bestaat 95 jaar. En heeft de afgelopen jaren enorme ontwikkelingen doorgemaakt. Van een puur elektrotechnisch installatiebedrijf zijn we gegroeid naar een gastvrije technisch dienstverlener. We worden nu ingeschakeld voor het eenvoudig bijplaatsen van schakelaars en wandcontactdozen tot maincontractor die complexe technieken integreert in complexe omgevingen. Geschetste ontwikkeling hebben we aangegrepen om tijdens ons 95-jarig jubileumjaar te werken aan een “nieuwerwetse” uitstraling.

NEN 3140 Inspecties

juli 04, 2016

De NEN 3140 is een norm en gaat over veiligheid. Elektrotechnische veiligheid. Het is van belang dat organisaties en eigenaren van gebouwen aantonen dat de installaties (en arbeidsmiddelen) veilig zijn. Veiligheid aantonen van elektrotechnische installaties en arbeidsmiddelen is mogelijk door structureel een inspectie uit te laten voeren. Deze inspecties worden uitgevoerd volgens de norm NEN 3140 en NEN 1010. Wel dient u met een aantal aandachtpunten rekening te houden…. Lees verder!

Bron: Euronorm.net

Nieuwe NEN 1010 Wijzigingen

juli 07, 2016

Na acht jaar is in oktober 2015 de nieuwe NEN 1010:2015 gepubliceerd en geldt vanaf 1 januari 2017 via het Bouwbesluit. De nieuwe norm is meer in lijn gebracht met de mondiale IEC-norm. Wijzigingen zijn onder andere aangebracht in de tabellen voor kabelaanleg, installatiemethoden, aanpassing correctiefactoren en belastbaarheid. Elektromagnetische invloeden zijn nu normatief, in plaats van informatief. De regelgeving omtrent schokgevaar blijft gehandhaafd, echter de regels omtrent brandgevaar en overspanning zijn ingrijpende veranderd. Gouweloos heeft de afgelopen periode alle medewerkers bij laten scholen op het gebied van de nieuwe norm. Als u op zoek bent naar een gedetailleerd overzicht van wijzigingen, neem dan een kijkje op de site van Nieuws1010. http://www.nieuws1010.nl/